Patreon is een groot Amerikaans platform voor creatieven die er hun content rechtstreeks verkopen aan fans. Ik was er ooit terecht gekomen via Nederlander Dave Hekkens, die zich bezighoudt met hergebruik van plastic afval. Hij stelde de ontwerptekeningen van zijn omvormmachines gratis beschikbaar en leidt inmiddels een wereldwijde community van mensen die steeds weer nieuwe toepassingen uitproberen en delen. Ik ben één van zijn fans en maak het mee mogelijk dat hij structureel betaald wordt voor zijn project.

In dit artikel vertel ik over hoe werkt met deze nieuwe vorm van financiering, en over waarom ik nu zelf ook zo’n community ga starten.

 

Elke maand een kopje koffie

Wat mij aanspreekt is dat ik via dit platform met mijn geld iets kan sturen. Ik kan kiezen wat ik de moeite waard vind om te stimuleren en helpen groeien. En daarvoor hoef ik geen vermogend iemand te zijn. Elke maand een kopje koffie minder is geen halszaak. Als er genoeg anderen zijn die dat ook doen, zijn wij samen de voedende kracht van een initiatief. Ik kan al met een paar euro toch een verschil maken. En ik geef vrij gemakkelijk degene die ik ondersteun het voordeel van de twijfel. Ik investeer immers in iets waar ik zelf letterlijk maar een mini-belang in heb. Ik krijg er niks voor terug behalve dankjewels en updates. Het goede gevoel een bijdrage te leveren is genoeg. En ik ben onderdeel van een mooie beweging.

Het bracht mij op een idee om zelf te gaan experimenteren met micro-financiering van mijn kunstprojecten. Want ik ontdek elke keer weer dat geld niet helpt bij het maken van mijn kunst. Ik heb het nodig, maar het leidt teveel af van waar het me om gaat: inspireren, ruimte maken, spiegels voorhouden en de weg vrij maken naar verbeeldingskracht. Daar kan ik geen verkoopargumenten bij bedenken, en ieder verdienmodel dat ik verzin voelt als verraad aan mijn inspiratiebron: de natuur.

 

Liefhebbers of kopers?

We zijn erg gewend geraakt aan het idee dat kunst óf iets is om zelf te kopen omdat je iets voor in huis wilt (of voor sommigen als toevoeging aan hun collectie), óf om van te genieten in een tentoonstelling. In dat geval gaan we er van uit dat het algemeen gefinancierd wordt door de overheid via subsidies.

Wat maar weinig mensen weten is dat veel creatieve geesten in geen van beide categoriën vallen.  Hun prijzen zijn te laag om van te bestaan en zij hebben geen of weinig inkomsten uit het publiek dat van hun kunst geniet. Sterker nog: zij financieren hun eigen expositie en betalen om te mogen meedoen aan beurzen en routes. We zien het als een individueel ondernemersprobleem als kunst te weinig opbrengt.

Dat we vastlopen met de waarde van kunst begint eigenlijk nog een stap daarvoor. We zijn gewend geraakt ook bij kunst te denken aan iets wat verhandeld wordt: het resultaat van de kunstzinnige geest moet een beleving of product zijn, anders kan de geest niet worden gefinancierd. Daarmee ga je voorbij aan de bedoeling van kunst. Kunst gaat over verbeeldingskracht, schoonheid, inspiratie,reflectie. Valt dat eigenlijk wel te vangen in een prijskaartje?

 

Kunst van de markt halen

Een alternatief zou kunnen liggen bij micro-financiering. Dat volgt het principe van de longtail: elke maand heel veel kleine beetjes die zorgen voor een structureel inkomen. Dus in plaats van per keer te crowdfunden of subsidiepotten aan te spreken, vraag je als kunstenaar een structurele kleine bijdrage van de mensen die vinden dat jij een waardevolle bijdrage levert. Duizend individuele kopjes koffie maken samen een inkomen, dat idee. Los van wat er die maand uit je handen gaat komen. Je koppelt je waarde dus niet aan specifieke resultaten of diensten, maar aan een stroom van activiteit. Diezelfde stroom die je leden gezamenlijk in stand houden zodat jij bezig kunt blijven.

 

Groei van waarde

Zie je de beweging? Je maakt er op deze manier een cyclus van, een cirkel die zichzelf in stand houdt en versterkt als het goed is. En zo niet, dan droogt de stroom op. Als het voor de liefhebbers uiteindelijk niet meer waardevol genoeg is, dan wordt de structurele band verbroken. Je hebt er als kunstenaar dus alle belang bij om goed in verbinding te blijven met je financiers. En daar wordt het weer spannend.  Dat is een precair evenwicht gebaseerd op vertrouwen: als een kunstliefhebber jou structureel ondersteunt in de verwachting dat je daar iets goeds mee doet, dan heeft die liefhebber van jou op zijn minst zo nu en dan een signaal nodig waaruit blijkt dat jij je realiseert dat er sprake is van wederzijdse afhankelijkheid. In hoeverre voel je je als liefhebber verantwoordelijk genoeg om aan de bel te trekken als de relatie dreigt te ontsporen? Hoe ver gaat de vrijblijvendheid, durft de kunstenaar zijn of haar autonomie voorop te blijven stellen?

 

Terug naar de bedoeling

En nu komt het leuke: als je fanclub gebaseerd is op jouw talent, dan kan het niet anders dan groeien. Jij bent immers bezig met datgene wat je goed kunt, je fans horen daar graag over en stimuleren je tot meer, jij kunt meer en meer doen met je talent en zo groeit de cirkel. En dan gaat het niet meer over kunst verkopen en daar een opbrengst van krijgen als individuele investeerder, het gaat over de echte waarde van kunst: wat voegt de kunstenaar toe aan het collectief. Er zijn oneindig veel mogelijkheden om ervoor te zorgen dat de wisselwerking gezond blijft. Je bent van elkaar afhankelijk, dus je kunt steeds opnieuw afstemmen, de afweging maken over geven en ontvangen. En wat je doet als er overvloed of schaarste is.

 

 

Een persoonlijk artistiek avontuur

Ik wil een experiment beginnen met deze gedachtengang. Wat gebeurt er als ik mezelf ahankelijk maak van een groep mensen die gezamenlijk mijn inkomen genereren zodat ik op volle kracht kunst kan maken en als Connecting Artist meemaaksessies kan organiseren voor en met iedereen die dat wil? Wat gebeurt er dan met mij, wat gebeurt er met mijn groep mecenassen, wat gebeurt er met ons sociaal contract, met mijn kunst? Kortom: wat gebeurt er als je gedeeld opdrachtgeverschap introduceert en voorbij je rol als kunstconsument en -producent gaat denken? Ik ben heel benieuwd naar de ruimte die deze stap kan creëren, en wil in deze ruimte stappen, onderzoeken hoe het werkt. Daarvoor heb ik een profiel aangemaakt op www.petje.af/suzanbosch. Het project heet Yntusken, de Friese vertaling van ondertussen. De eerste tijd zal ik vooral de veelgestelde vragen bedenken en overdenken. Ik hoop met mijn experiment een bijdrage te leveren aan de stappen die we als samenleving kunnen zetten naar een economisch systeem dat levensondersteunend is en ruimte biedt aan ieders talent.